Bestaat hoogsensitiviteit echt? Ja, zeggen wetenschappers

Bestaat hoogsensitiviteit echt?Hoogsensitiviteit bestaat echt. Inmiddels hebben tientallen wetenschappers de eigenschap onderzocht. Wat weten we tot nu toe?

Een hype. Een modeziekte. Een verzinsel van de zelfhulpindustrie. Sommige mensen denken hieraan bij het woord ‘hoogsensitief’.

Hoogsensitiviteit is een eigenschap die voorkomt bij ongeveer één op de vijf personen en draait om een diepere verwerking van prikkels in de hersenen. Simpel gezegd: wat hoogsensitieve personen (HSP’s) zien, horen, voelen, ruiken of proeven komt sterker binnen. Het gaat om een veelvoorkomende eigenschap, zoals bijvoorbeeld linkshandigheid of blauwe ogen dat ook zijn.

Flauwekul, vinden sommigen dus. Zij zijn ervan overtuigd dat de eigenschap niet zou bestaan.

Je kunt het de critici ook bijna niet kwalijk nemen. Op internet en in glossy’s barst het van de verhalen over hoogsensitiviteit. Niet alles wat je daar leest is even waar en gefundeerd. Sterker nog, een aanzienlijk deel is behoorlijk zweverig, vergezocht en fantasierijk. Geen wonder dat sommige mensen kritisch zijn.

Wetenschappers spreken niet van ‘hoogsensitiviteit’

Maar dat er over hoogsensitiviteit soms onzin wordt geschreven, betekent natuurlijk niet automatisch dat de eigenschap dan ook niet bestaat. Inmiddels ligt er namelijk een aardige stapel aan wetenschappelijke onderzoeken.

In bijna geen enkele van die studies zul je het woord ‘hoogsensitief’ terugvinden, trouwens. Die aanduidingen gebruikt men eigenlijk alleen in het dagelijkse taalgebruik.

Een veelgebruikte wetenschappelijke term is sensory processing sensitivity, maar men heeft de eigenschap ook onderzocht onder namen als biological sensitivity to context.

Wat wetenschappers over hoogsensitiviteit zeggen

Hieronder volgt een beknopt overzicht naar het wetenschappelijk onderzoek naar hoogsensitiviteit. Let wel: dit is een selectie en noemt lang niet alle onderzoeken die tot nu toe naar de eigenschap zijn gedaan.

  • De psycholoog Carl Jung schrijft over ‘aangeboren sensitiviteit’ (1913).
  • In 1935 publiceert de theoloog en psychotherapeut Eduard Schweingruber het boek Der sensible Mensch. Het werk is een vroege poging om ‘de gevoelige mens’ in al z’n facetten te beschrijven.
  • Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw krijgt de eigenschap aandacht vanuit de persoonlijkheids- en ontwikkelingspsychologie. Zo onderzoekt Hans Eysenck prikkelgevoeligheid in het kader van introversie. Jerome Kagan verdiept zich in ‘hoogreactieve kinderen’, terwijl Mary Rothbart onderzoek verricht naar negative affectivity.
  • 1978: de oorzaak van hoogsensitiviteit is volgens Wolfgang Klages te vinden in de thalamus. Dit schakelcentrum in de hersenen laat bij HSP’s meer prikkels door dan bij mensen die de eigenschap niet hebben.
  • De psycholoog Elaine Aron introduceert in een wetenschappelijk artikel de naam sensory processing sensitivity (1997). Een jaar eerder verscheen haar boek The Highly Sensitive Person. Uit dit boek stammen de woorden ‘hoogsensitief’ en ‘HSP’.

Daarna neemt het onderzoek een hoge vlucht:

  • Onderzoekers hebben een verband tussen hoogsensitiviteit en erfelijk materiaal ontdekt (Licht et al., 2011; Chen et al. 2011). Hoogsensitiviteit is dus een aangeboren eigenschap.
  • Men gaat ervan uit dat ‘hoogsensitief’ een categorie is. Dat wil zeggen: je bent het wel of niet; je kunt het niet ‘een beetje’ zijn (Borries en Ostendorf, 2012). (Michael Pluess, onderzoeker aan de Queen Mary University of London, onderscheidt in een onderzoek uit 2017 echter wel drie categorieën: je kunt ‘weinig sensitief’, ‘gemiddeld sensitief’ of ‘hoogsensitief’ zijn.)
  • Hersenscans laten zien dat het brein van HSP’s anders werkt. Wetenschappers meten meer activiteit in de hersendelen die betrokken zijn bij het verwerken van visuele informatie en bij empathie. (Jagiellowicz et al., 2010; Acevedo et al., 2014)
  • Hoogsensitiviteit hangt samen met een sterk behavioural inhibition system (BIS) en heeft een evolutionaire functie. Hoogsensitieve individuen (15-20% van een populatie) pauzeren, observeren, schatten kansen en risico’s in en gaan dan pas tot actie over. De overige 80-85% wacht niet en onderneemt zo snel mogelijk actie. Beide strategieën hebben evidente voor- en nadelen en zorgen ervoor dat de populatie als geheel kan overleven. (Aron en Aron 1997; Smolewska et al., 2006; Wolf et al. 2008)
  • HSP’s worden extra sterk door hun omgeving beïnvloed. In een negatieve omgeving zijn zij in het nadeel, maar in een positieve omgeving zijn zij juist in het voordeel. Hoogsensitiviteit is dus geen stoornis, maar een neutrale eigenschap die – afhankelijk van de situatie – goed of slecht uitpakt. Zie de onderzoeken naar differential susceptibility (Belsky, 1997a; Belsky 2005; Belsky et al., 2007; Belsky en Pluess, 2009) en biological sensitivity to context (Boyce en Ellis 2005).
  • Er zijn echter ook aanwijzingen dat hoogsensitiviteit vooral voordelen met zich meebrengt. Zie het begrip vantage sensitivity (Pluess en Belsky, 2013; Pluess en Boniwell, 2015).
  • Diverse onderzoekers hebben gekeken hoe HSP’s scoren op de persoonlijkheidsfactoren van de ‘Big Five’. Er is een positief verband met neuroticisme en openheid voor nieuwe ervaringen. (Smolewska et al., 2006)
  • Door de diepe verwerking van prikkels hebben HSP’s een langere hersteltijd nodig. In een onderzoek kregen proefpersonen een visuele taak voorgelegd. De personen met hoogsensitiviteit waren sneller en maakten minder fouten, maar voelden zich na afloop wel meer gestrest dan niet-hoogsensitieve personen. (Gerstenberg, 2012)
  • HSP’s zijn sterk in contextonafhankelijk denken (creatief denken). (Aron et al., 2010)
  • In 2013 is professor Elke van Hoof (Vrije Universiteit Brussel) een grootschalig onderzoek naar hoogsensitiviteit gestart. Meer dan 2000 volwassenen doen mee. Intussen loopt er onder leiding van professor Patricia Bijttebier (KU Leuven) ook een onderzoeksproject waarin hoogsensitiviteit bij 800 kinderen wordt onderzocht.

En er komt meer…

Natuurlijk stopt het onderzoek niet hier. We weten immers nog lang niet alles over hoogsensitiviteit. Onderzoekers zullen in de komende jaren meer spectaculaire ontdekkingen doen. En over die nieuwe bevindingen zullen ongetwijfeld verhitte discussies ontstaan. Dat hoort nu eenmaal bij het wetenschappelijk debat.

Maar óf de eigenschap bestaat, dat zou geen punt van discussie meer moeten zijn. Hoogsensitiviteit bestaat echt en is wetenschappelijk aangetoond.

Meer weten over de wetenschap achter hoogsensitiviteit?

  • Google Scholar geeft een overzicht van wetenschappelijke artikelen over hoogsensitiviteit.
  • Elaine Aron bespreekt de belangrijkste onderzoeksresultaten in deze video.
  • Klinisch psycholoog Elke van Hoof (Vrije Universiteit Brussel) gaat in het boek Hoogsensitief uitgebreid in op de wetenschappelijke basis van hoogsensitiviteit. Bestel hier het boek.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op hswerknemer.nl.