Spelen doe je JUIST in de bibliotheek. Reactie op Marcel Möring

bibliotheek“Gamen doe je maar thuis”, zegt Marcel Möring in de Groene Amsterdammer van deze week. “Met merkwaardige wanhoop verzinnen bibliotheken de ene gekkigheid na de andere om jongeren en allochtonen naar binnen te krijgen.” Weg met al die Playstations, pulpromans en populaire dvd’s in de bieb, aldus Möring. Heeft hij gelijk? Of ziet Möring iets over het hoofd?

‘Kip zonder kop’-syndroom

“Het bibliotheekwezen is in verwarring. Aan de ene kant komt dat door toenemende bezuinigingen en de druk om de doelgroepen du jour te bedienen, aan de andere kant omdat er geen duidelijk beeld bestaat van wat een openbare bibliotheek in deze tijd kan en moet zijn. En dus wordt met merkbare wanhoop de ene gekkigheid na de andere bedacht, en zonder veel resultaat”, zegt Möring.

Tot op zekere hoogte ben ik het met hem eens. Bibliotheken zijn in verwarring. Er bestaat geen blauwdruk van wat de openbare bieb in de 21e eeuw zou moeten zijn. Niet voor niets is onlangs de LibrarySchool van start gegaan met het doel om duurzame toekomstscenario’s te ontwikkelen. En ja, ook ik signaleer in toenemende mate het ‘kip zonder kop’-syndroom in de branche. Een bibliotheek zonder sterke innerlijke overtuiging gaat al snel ‘leuke dingetjes’ organiseren. Dingetjes die weinig te maken hebben met de missie van de bibliotheek.

Volksverheffing is wél het doel van de openbare bibliotheek

Maar vervolgens heb ik aanzienlijk meer moeite met Mörings betoog. Volgens hem is de “basale gedachte achter de bibliotheek … nooit die van verheffing of tempel der cultuur geweest. De bibliotheek, en dat is nog steeds haar raison d’être, dient twee zeer praktische noodzaken: het verzamelen, bewaren en toegankelijk maken van de talige cultuur enerzijds en anderzijds een omgeving te zijn waarin kennis verworven, bestudeerd en verwerkt kan worden.” Concreet betoogt Möring dat de bibliotheek zich moet richten op het uitlenen van de collectie (al zijn de pulpromans, games en dvd’s uit het aanbod verdwenen) én dat ze een plek moet zijn met stoelen en tafels om te studeren.

In tegenstelling tot wat Möring zegt, is het doel van de openbare bibliotheek altijd ‘verheffing’ geweest. Honderd jaar geleden ontstonden in Nederland de eerste leeszalen om ook de gewone man de kans te bieden zichzelf te ontwikkelen. De middelen om dat doel te bereiken waren inderdaad het verzamelen, bewaren en toegankelijk maken van boeken. Dat waren de middelen, niet het doel van de openbare bieb.

Die middelen zijn “al enige tijd krakkemikkig en sleets”, zoals hoogleraar Bibliotheekwetenschap Frank Huysmans zegt. Jarenlang was het voldoende om een boekenkast te vullen en die neer te zetten in de bibliotheek. Op die manier konden mensen zich ‘slim’ lezen. Maar wie tegenwoordig iets wil weten, vindt zijn informatie met Google. En als we een boek of film zoeken, dan is het vaak aantrekkelijker – en soms zelfs goedkoper – om die via Amazon, Bol of iTunes te bestellen. (Möring vermeldt nota bene al deze kanalen in zijn artikel.) Maar ook al zijn de middelen over datum, het doel van de openbare bibliotheek – volksverheffing – staat nog altijd overeind. Alleen noemen we dat nu ‘zelfontplooiing’ en ‘het stimuleren van burgerschap en maatschappelijke participatie’.

Spelen in de bieb

Zo komt de bibliotheek aan die ‘gekkigheidjes’ waarover Möring het heeft. Als je een 10-jarige iets wilt leren over de werking van tornado’s, dan kun je natuurlijk een natuurkundeboek in een kast zetten en vervolgens hopen dat een kind ‘m eruit haalt. Dat is evenwel onwaarschijnlijk en weinig effectief, vond ook de bibliotheek van Hoorn. Dus plaatste de jeugdbibliothecaris daar een tornadomaker in de bibliotheek waarmee kinderen zelf een tornado kunnen maken. Op die manier prikkelt de bibliotheek de verwondering van de bezoekers om meer te weten te komen over een specifiek onderwerp. Dat lijkt mij geen gekkigheid of kinderspel, maar een doeltreffend middel dat het doel van de bibliotheek dient.

Natuurlijk kun je je afvragen of een Battlefield-LAN party het doel van de bieb ondersteunt. Maar dat betekent niet, zoals Möring betoogt, dat het spelen van games an sich niet in de bibliotheek thuishoort. Games zijn wel degelijk op nuttige manieren in te zetten. Zie bijvoorbeeld het onderzoek Jongeren weer naar de bieb: games het ei van Columbus? van mijn oud-collega Joris Steenbakkers.

Spelen betekent ook contacten leggen met onbekenden. Onlangs zijn er gesprekken gestart tussen Seats2Meet en verschillende openbare bibliotheken om tot een ‘Bieb2Meet’ te komen: een plek waar bibliotheekbezoekers elkaar ontmoeten, van elkaar leren en elkaar inspireren. Stel, ik werk voor school aan een essay over de Duitse cinema. Ik heb er zelf weinig verstand van, maar in mijn lokale bibliotheek lopen vast mensen rond die me verder kunnen helpen. Op de Bieb2Meet-website heb ik een persoonlijk profiel, dat ik de tag ‘Duitse cinema’ meegeef. Het systeem zoekt wie van de andere bezoekers mij op dit gebied zou kunnen helpen. Eenmaal in de lounge van de bieb kunnen mijn zojuist gevonden ‘mentor’ en ik, onder het genot van een kopje koffie, mijn essay bespreken. Op mijn beurt kan ik natuurlijk ook anderen van dienst zijn.

Bieb2Meet neigt al iets meer naar de bibliotheek zoals Möring haar graag ziet: niet alleen als uitleenfabriek, maar ook als een studieplek waar mensen serieus en ernstig leren. Leren kan natuurlijk door in stilte een boek te lezen. Maar het kan soms ook door mensen te ontmoeten, kennis uit te wisselen en geïnspireerd te raken. Een openbare ruimte als de bieb leent zich daar uitstekend voor. Spelen doe je dan ook juist in de bibliotheek.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op storiesguy.nl.